Wat is Advent

Achtergronden en betekenis van Advent:  

De adventskandelaar staat symbool voor de verwachting van de komst van Christus

Het woord 'advent' is afkomstig van het Latijnse woord adventus, komst. Christenen bereiden zich in de adventsperiode voor op de komst, de geboorte van Jezus, het licht van de wereld. Op de eerste zondag van de advent (tussen 26 november en 3 december) begint daarmee elk jaar opnieuw het zgn. nieuwe kerkelijke jaar.

 

De adventskandelaar:
In veel kerken wordt tijdens de adventsperiode gebruik gemaakt van een Adventskandelaar of een Adventskrans. De Adventskandelaar bevat meestal vier kaarsen. Op de eerste zondag wordt de eerste kaars aangestoken. Elke volgende zondag wordt er één meer aan gestoken. Gebruikelijk is om aan die kaarsen een betekenis of gezichtspunt voor de vier adventszondagen te geven. Betekenissen zijn dan o.a.:  

* De eerste adventszondag wordt de kaars van de Hoop of Verwachting aangestoken;
* De tweede adventszondag gaat het om de kaars van de Liefde;
* De derde adventszondag brandt de kaars van de Vreugde;
* De vierde zondag wordt de kaars ontstoken van Vrede of Heiligheid;
* Tot slot wordt op de Kerstavond of (soms) de eerste Kerstdag dan de Christus kaars ontstoken die ons herinnert dat Christus is het Licht van de wereld.  

Hoewel de betekenis en de verwoording van plaats tot plaats en van cultuur tot cultuur verschilt verbinden Christenen zich daarmee als volgers van Jezus Christus.  

De adventskrans
Een adventskrans is een hangende of op tafel liggende ronde krans van gevlochten dennen- of sparrengroen als symbool van hoop, met vier kaarsen waarvan tijdens de advent er elke zondag één meer wordt aangestoken. Hij wordt zowel in huis als in de kerk gebruikt. Op de laatste zondag voor kerst branden dus alle vier de kaarsen. De adventskrans is meestal rond en symboliseert de aarde, heel de wereld. Hij staat ook voor het terugkomen van de jaargetijden of seizoenen. De vier kaarsen op de krans geven niet alleen de vier weken van voorbereiding aan, maar staan ook symbool voor de vier windstreken noord, zuid, oost en west. Tussen de kaarsen wordt soms een paars lint gedraaid om de dennenkrans. De kleur paars is de liturgische kleur van de Advent in de Katholieke Kerk. In België, Oostenrijk en Zwitserland bestaat hier en daar het gebruik ook in de kaarsen de liturgische kleuren te laten terugkomen: 3 paarse kaarsen en 1 roze kaars. De roze kaars verwijst naar de derde zondag in de Advent: Zondag "gaudete", waarbij de Kerk al een voorproefje neemt op de kerstvreugde. 

NB:. Het verdient in het algemeen aanbeveling de krans eenvoudig te houden, zonder al te uitbundige versiering zodat de symboliek van de Adventskrans niet "bedekt" of “ondergeneeuwd” raakt. Ook het gebruik van natuurlijke materialen zoals echt dennengroen en kaarsen van bijenwas dragen bij aan de pure symboliek. 

Dan iets over de geschiedenis van de adventskrans:
Begin 19e eeuw was er armoede en onrust in het Duitse Hamburg en omgeving. De in Hamburg geboren Duitse theoloog Johann Hinrich Wichern bekommerde zich om de uit armoedige gezinnen afkomstige kinderen. Hij bouwde in 1833 een boerenschuur net buiten de stad dat onderdak moest dienen als onderkomen tijdens de winterperiode. Heden ten dage is dit gebouw nog altijd te bezoeken en staat het bekend als het 'Rauhes Haus. Kinderen kregen hier te eten en volgden schoollessen. Omdat Johan Hinrich Wichern van de kinderen in de aanloop naar kerst vaak de vraag kreeg “wanneer is het kerst?” bedacht hij een verwachtingsritueel wat 24 dagen duurde. En om de aanloopperiode naar kerst te visualiseren ontstond zo de adventskrans. In 1839 met behulp van een wagenwiel maakte hij de eerste met 19 rode en 4 witte kaarsen. En zo ontstond de eerste Adventskalender. Iedere dag werd er dan één rode kaars aangestoken en op elke adventszondag één witte kaars. Zo wisten de kinderen iedere dag hoeveel nachten ze nog moesten slapen voordat het Kerstfeest was. Wichern gaf later de adventskrans zijn huidige betekenis. Overigens pas in het jaar 1860 bedekte hij het wiel ook met dennentakken. De dennennaalden doen volgens de traditie denken aan de doornenkroon op het hoofd van Jezus bij de kruisiging. 

Bijbellezingen tijdens de Adventsperiode: 

Tijdens de Adventsperiode worden gedeelten uit o.a. de oudtestamentische profetieën gelezen, alsmede uit de Evangeliën. De lezingen uit het evangelie gaan over de komst van de Heer aan het einde der tijden (eerste zondag), over Johannes de Doper (tweede en derde zondag) en over de gebeurtenissen die de onmiddellijke voorbereiding vormden op de Geboorte van de Heer (vierde zondag). De lezingen uit het Oude Testament zijn profetieën over de Messias en de Messiaanse tijd, (vaak) uit het boek Jesaja 

Enkele bekende voorbeelden van bijbellezingen zijn o.a.:  

Oude Testament:
Genesis 3: 14-24 De belofte van Messias
Genesis 17: 1-13 Gods verbond met Abraham
Jesaja 8: 23 – 9:6 De geboorte van de Messias
Jesaja 11:1-10 De komende Messias en het vrederijk
Jesaja 35: 1- 10 Het heil voor de verlosten
Jesaja 40: 1-11 Sions verlossing komt
Jesaja 42: 1-12 De knecht des Heren
Jesaja 55: 1-13 Uitnodiging tot het Heil van God
Jesaja 60: 1-6 Sions heerlijkheid komt
Jeremia: 33: 14-18 De spruit der gerechtigheid
Ezechiël 34: 11-16 God zal omzien naar Zijn volk
Micha 5: 1-3 De geboorte van de Messias en Zijn Koninkrijk
Maleachi 3: 1-5 De wegbereider voor de Messias 

Nieuwe Testament:
Mattheus 1: 1-17 Het geslachtsregister van Jezus
Lukas 1: 1-25 De komst van Johannes de Doper
Lukas 1: 26-38 De aankondiging van de geboorte van Jezus Christus door de engel aan Maria
Lukas 1: 39-45 Maria gaat naar Elizabeth, de moeder van Johannes de Doper
Lukas 1: 46-56 De lofzang van Maria
Lukas 1: 57 – 66 De geboorte van Johannes de Doper
Lukas 1: 67 – 80 De lofzang van Zacharias 

Lees verder over het kerstverhaal in de bijbel!