Twintig jaar geleden was het nog taboe in de kerk. Wie er serieus over sprak, werd met scheve ogen bekeken, hoewel de Schrift er vaak en uitvoerig over spreekt: demonische gebondenheid.
Inmiddels keert het tij, maar toch is er nog onkunde en onbegrip. En die spelen hem in de kaart die in de duisternis werkt: de satan met zijn demonen. Aan overdreven aandacht voor deze boze machten kleeft gevaar, maar aan het negéren ervan nog meer.
Het boek is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel beschrijft de positie van de mens tussen twee vuren. De mens is het mikpunt van de strijd in de hemelse gewesten – de strijd tussen God en de satan. De satan is een gevaarlijke, maar reeds overwonnen vijand, die door list en leugen mensen bij God vandaan probeert te houden.
In het tweede deel beschrijft Verduijn de invloed die de satan op mensen kan uitoefenen. In vele gevallen is die invloed zo sterk, dat je van gebondenheid kunt spreken. Mensen bij wie dat het geval is, zijn niet vrij, maar "gedemoniseerd" – beïnvloed, gebonden of voortgejaagd door demonen.
Na een uiteenzetting over de gradaties en de symptomen van demonische gebondenheid, laat Verduijn een waarschuwing horen tegen de simplistische opvatting dat alle geestelijke problemen worden veroorzaakt door demonen. Of er sprake is van geestesziekte dan wel demonische gebondenheid, is niet gemakkelijk te bepalen. Verduijn geeft daarvoor echter duidelijke richtlijnen.
In de vroege kerk was de bediening van bevrijding vanzelfsprekend. Opmerkelijk is dat verschillende kerkvaders het uitdrijven van boze geesten in verband brachten met de doop. De gelovigen kwamen immers vaak uit de "wereld" tot het geloof in Jezus Christus. Door de doop werd scheiding gemaakt tussen de wereld en de nieuwe gelovige.
Het laatste deel van het boek is een duidelijke handleiding voor de bediening van bevrijding: nuchter en bijbels, met een waarschuwing tegen praktijken die indrukwekkend lijken maar de toetsing aan de Bijbel niet kunnen doorstaan.