Hannah is ten einde raad. Haar relatie eindigt op een tragische manier die verregaande gevolgen heeft voor de rest van haar leven.
Ze besluit in een poging een nieuwe start te maken, haar baan op te zeggen om in het Zeeuwse dorpje Westhoeck te gaan wonen. Ze huurt een oude arbeiderswoning van Irene en al gauw ontstaat er een warme vriendschap tussen de twee vrouwen. Via Irene komt ze met meer mensen in contact waaronder Renze Donkersloot. Tussen hen beide ontstaat al snel een enorme aantrekkingskracht.
Hannah's verleden staat echter in de weg om een nieuwe relatie te beginnen en echt tot bloei te komen. Ondanks alle goede voornemens komt ze met zichzelf en haar geloof in conflict. Gaandeweg door de mensen die God op haar pad plaatst, ontdekt ze dat vergeving geen leeg begrip is maar levensveranderend.
Leesvoorbeeld:
Het dorpje lag in een uithoek van twee buitendijken, het leek alsof iemand met een enorme bezem de huizen aan één kant van de weilanden tegen de groene rand had geschoven. Tussen de verticale takken van de knotswilgen, werd af en toe het felrood van een pannendak zichtbaar, dan weer een donkerbruine veeg van een schuur. In de weilanden waren trekkers bezig om de laatste tarwe binnen te halen, het geluid werd geabsorbeerd door de warme zomerlucht. Het wegdek voor haar straalde warmte af waardoor het gevoel ontstond van het binnenrijden van een droombeeld. Er was echter niets denkbeeldigs aan dit oer-Zeeuwse dorpje. De grote boerderij met het uitgebouwde woonhuis ontvouwde zich toen ze het brede erf opreed. Hannah parkeerde haar Polo aan de kant van het erf naast een aantal andere auto's en wandelde naar de aanbouw van de boerderij waar ze de woonkeuken van Irene wist. Achter de grote schuur kwam het geluid van mannenstemmen, af en toe klonk een hamerslag en gekraak van hout. Midden op het erf stond een blauwe skelter met een aanhangkarretje en een felgekleurde speelgoedtractor. De achterdeur ging open en daar stapte Irene met een kleuter naar buiten. 'Je bent er! Kon je het nog vinden?'