Het boek: De God die wij aanbidden van Nicolas Wolterstorff is een verkenning naar liturgie en wat dit voor betekenis heeft in onze relatie met God, elkaar en onszelf.
Wereldwijd wonen miljoenen christenen wekelijks een kerkdienst of een viering bij. Wat daar gebeurt, is voor de deelnemers misschien vanzelfsprekend. Maar is het bijvoorbeeld niet wonderlijk dat zij een onzichtbare Aanwezige toezingen?
Wat betekent het dat juist bepaalde rituelen en woorden in een liturgie een plek kregen? Wat maakt een liturgie anders dan andere ceremonies? Bij dit soort vragen sluit Wolterstorff aan in De God die wij aanbidden. Hij onderzoekt hoe christenen zich God voorstellen, door te letten op wat ze zeggen en doen tijdens hun diverse liturgieën-in-uitvoering.
Wie deze verkenningen in 'liturgische theologie' gelezen heeft, zal een viering bewuster meemaken of voorbereiden. Prof. dr. Hans Schaeffer besluit zijn Nabeschouwing, speciaal toegevoegd aan deze Nederlandse vertaling, met: 'Een kostbaar boek, diep en vanuit intense levenservaring geschreven.'
Tekenend is trouwens dat de auteur zijn uitgangspunt neemt in de orthodoxe liturgieën (gereformeerd, luthers, anglicaans, rooms-katholiek, oosters-orthodox), die al eeuwen oud zijn en de tand des tijds hebben doorstaan. Volgens hem hebben deze traditionele liturgieën een diepte, rijkdom en schoonheid die aan eigentijdse liturgieën vaak ontbreekt. Samenkomsten waarin het vooral begrijpelijk en gezellig moet zijn, worden plat en vormen slechts een „zwakke weerklank van de enorme toewijding en creativiteit die de vroege kerk in haar liturgieën stak.” In dit verband benadrukt Wolterstorff dat de liturgie –die volgens hem uit veel meer dan slechts een preek en een paar liederen bestaat– er niet is om onze behoeften te bevredigen, maar om God te aanbidden.
Dat lijkt me een mooi uitgangspunt om nog eens naar onze erediensten te kijken.
Jaco van der Knijff in het Reformatorisch op 21-06-2019